Regio Súd Onze bibliotheken

   


A A A

Rascha Peper

“Geen autobiografische boeken over dode vaders en mannen”

Jenneke Strijland verzon haar pseudoniem Rascha Peper op het moment dat ze besloot haar eerste manuscript op te sturen naar een uitgeverij waarvan haar buurman directeur was. Als ze werd afgewezen hoefde ze zich tenminste niet te generen als ze de man bij de voordeur tegen kwam. In het verlengde daarvan ligt misschien waarom ze zich na Oesters niet meer bloot wil geven in autobiografisch geschrijf. In een interview zegt ze daarover: “Op Oesters na ben ik nooit zo aan dat genre begonnen. Ik vind het wel prettig, misschien is dat wel veilig hoor, om personages te kiezen die iets verder weg liggen bij mij, alhoewel ze natuurlijk ook getroffen worden door zaken waardoor ik ook getroffen word. De ontroeringen en je eigen ervaringen schrijf je aan je hoofdfiguur toe”. In Wenen, waar ze vier jaar heeft gewoond, werd bij haar de ziekte van Hodgkin geconstateerd. Deze autobiografische elementen zijn terug te vinden in de roman Oesters. Behalve in haar latere columns voor NRC Handelsblad, gebundeld in Stadse affaires (2006) heeft Peper zich nadien nooit meer aan het autobiografische schrijven gewaagd.

Na haar studie Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam werkte ze als lerares. In 1983 kreeg haar partner een baan in Wenen. Daar voelde ze zich nogal 'op zichzelf teruggeworpen'. Reden voor haar om zich serieus met schrijven bezig te gaan houden. In die tijd ontstond de eerste versie van Oesters, haar eerste roman. In 1990 debuteerde ze met de verhalenbundel De waterdame. Na publicatie van deze verhalen herschreef ze Oesters omdat ze 'in alle valkuilen van een beginnend schrijver was getuind'. De roman Rico's vleugels werd in 1994 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. In 1996 won ze de Multatuliprijs voor Russisch blauw.

Ze probeert in haar boeken vooral te boeien door een meeslepend verhaal, “lekkere” leesboeken met een sterke plot, boeiende karakters en sfeervolle details. Haar thema's ontleent Peper regelmatig aan berichten uit de krant. Dit verklaart misschien ook de anekdotische kracht van haar verhalen. Met een sterk gegeven weet ze op verrassende wijze in een kort tijdsbestek levens neer te zetten. Zoals in het titelverhaal van Zwartwaterkoorts, haar laatste verhalenbundel verschenen bij uitgeverij NwA'dam. Een oudere man houdt van de buitenwereld verborgen dat zijn vrouw is overleden waardoor hij in zijn appartement kan blijven wonen, omringd door zieke en gewonde vogels. In een heldere stijl vertelt ze op bijna tragikomische wijze over deze eenling, zoals wel vaker in haar werk.


 

Bibliografisch overzicht :

  • De Waterdame (verhalen, 1990)
  • Oesters (1991)
  • Oefeningen in manhaftigheid (verhalen, 1992)
  • Rico's vleugels (1993)
  • Russisch blauw (1995)
  • Alle verhalen (verhalen, 1997)
  • Een Spaans hondje (1998)
  • Dooi (1999)
  • Wie scheep gaat (2003)
  • Verfhuid (2005)
  • Stadse affaires (columns, 2006)
  • Vingers van marsepein (2008)
  • Zwartwaterkoorts (2009)

COPYRIGHT 2010